Zo krijg je je medewerkers in de innovatiestand

Medewerkers zijn het beste startpunt voor innovatie. Was getekend: Kim Spinder, oprichter van innovatiebureau Avanteers. Ze legt uit hoe je medewerkers enthousiast maakt om met vernieuwing aan de slag te gaan.

Medewerkers die vernieuwen, waarom is dat belangrijk?

“Bij innovatie denken ondernemers vaak als eerste aan nieuwe technologie. Ze dromen over mooie producten ontwikkelen en processen die ze willen verbeteren. Maar minstens net zo belangrijk is de vraag of jouw medewerkers met die ambitieuze ideeën aan de slag willen. Ik zie het maar al te vaak gebeuren: ondernemers en directeuren introduceren een nieuw idee of verandering, zonder dat medewerkers daar op zitten te wachten. Je moet dus ook je organisatie in de innovatiestand krijgen, anders wordt het niks.”

Klopt het dat medewerkers zelden met eigen ideeën komen.

“Dat is wat ik ook vaak te horen krijg als directeuren mij inschakelen voor een innovatie-workshop. Maar weet je wat het is? De ideeën blijken er vaak wel te zijn, waar het aan ontbreekt is een goed innovatieklimaat. Medewerkers krijgen nauwelijks tijd en ruimte om met nieuwe ideeën aan de slag te gaan en moeten elke verandering eerst voorleggen. Dat motiveert nauwelijks en vertraagt enorm.”

Tip: vraag het aan medewerkers zelf

“Driekwart van de innovatiekracht bij mkb-bedrijven komt van eigen medewerkers. Vraag wat zij willen veranderen, wat beter kan en vooral ook hoe je samen het werk leuker kunt maken. Werkplezier is namelijk één van de belangrijkste drivers voor verandering”, zegt Spinder.

Hoe krijg je het enthousiasme voor verandering aangewakkerd?

“Ik vraag het gewoon aan medewerkers zelf: hoe krijg ik jullie ‘aan’? Dan zeggen ze: hoe krijgen wij de directeur ‘uit’? Veel leidinggevenden hebben namelijk de sterke neiging om meteen allemaal vragen te gaan stellen. Wat is de businesscase? Hoe gaan we dit ontwikkelen? Wat levert het mij op? Maar die antwoorden zijn er nog niet, die moet je gaandeweg zien te ontdekken.”

Maar je kunt medewerkers toch niet de vrije hand geven?

“Schep kaders waarbinnen productontwikkelingen en procesverbeteringen moeten plaatsvinden. Die geven richting en zorgen ervoor dat mensen over de juiste dingen gaan nadenken. Je kunt ook zeggen: zolang het voor ons en onze klanten efficiënter, effectiever en leuker wordt, mag je ermee aan de slag. En als iemand een idee heeft om iets te verbeteren, bemoei je er dan de eerste 100 dagen niet mee. Tenzij je mening wordt gevraagd uiteraard. Op je handen blijven zitten, dat vinden veel ondernemers overigens hartstikke moeilijk. Toch is het wel dé manier om de motivatie en creativiteit bij medewerkers aan te wakkeren.”

“Werkplezier is één van de belangrijkste drivers voor verandering.”

Tip: identificeer de koplopers

“Wijs in je bedrijf een paar koplopers aan die van nature al enthousiast raken van vernieuwing. Geef ze budget en de vrijheid om met hun eigen ideeën aan de slag te gaan. Wat je nodig hebt zijn voorbeelden. Met het enthousiasme van deze koplopers steken ze andere medewerkers aan.”

Wat je zegt is: ga het gewoon maar doen.

“Als het past binnen de kaders die je hebt geschept wel ja. Dat is niet voor iedereen even makkelijk hoor, want tegenwoordig willen we alles het liefst in een plannetje gieten. Terwijl je dat bij innoveren juist niet moet doen. Ik heb de afgelopen jaren veel innovatieve ondernemers mogen interviewen en het woord dat tijdens die gesprekken steeds naar boven kwam drijven was ‘gewoon’. ‘Toen deden we gewoon dit, toen gewoon even dat.’ Het hele proces eerst willen opschrijven is het slechtste wat je kunt doen, het loopt namelijk altijd anders.”

Je organiseert ook kleine innovatiecompetities. Werken die?

“Verrassend goed zelfs. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan een 100-dagen-wedstrijd waarin we medewerkers uitdagen om met eigen ideeën aan de slag te gaan. Dat kan in groepjes van twee of, als je bedrijf wat groter is, met een hele afdeling. Het competitie-element maakt dat medewerkers er lol in krijgen en echt hun best gaan doen. Ze krijgen dan een klein beetje budget en een dagdeel in de week om aan het idee te werken. De winnaar mag het eerste ontwerp dan verder gaan uitwerken. Voor de ondernemer geldt in deze fase opnieuw: niet je mening geven, ook al vind je het eigenlijk een heel slecht plan.”

Maar er zijn ook medewerkers die niet kunnen vernieuwen toch?

Ik maak tijdens workshops heel vaak mee dat directeuren verbaasd zijn over het vernuft, de creativiteit en motivatie van medewerkers. Het klopt dat niet iedereen het in zich heeft om een nieuw product te bedenken dat een markt op z’n kop zet. Maar het productieproces een klein beetje beter maken, daarvoor zijn medewerkers echt de beste inspiratiebron die je kunt bedenken.”

Dit bericht is oorspronkelijk geplaatst op rabobank.nl/groei